Ik was 17, zat bij de dokter en kreeg te horen: “Juffrouw, je hebt het lichaam van een vrouw van 60”. Om het nog erger te maken vertelde hij me dat ik geen kinderen kon krijgen. Ik zat namelijk al 3 jaar in mijn menopauze. Ik was totaal verstomd. Natuurlijk was het niet normaal dat ik al enkele jaren mijn maandstonden niet meer kreeg, maar tot dan had ik me niet echt veel zorgen gemaakt. Jonge meisjes hebben wel vaker een onregelmatige cyclus. Een echo bevestigde dat mijn eierstokken er al enkele jaren de brui aan hadden gegeven. Als jong meisje kan je zoiets erg moeilijk plaatsen. De dokter legde uit dat ik prematuur ovarieel falen (POF) heb en dat het uiterst zeldzaam is, zeker op zo’n jonge leeftijd. Met wat geluk zou ik wel een kind kunnen dragen via in-vitrofertilisatie, maar het zou nooit helemaal het mijne zijn. Vooral dit laatste brak mijn hart. Van één ding ben ik namelijk altijd zeker geweest: ik wil kinderen. Op zo’n moment valt je droom letterlijk in duigen. Je denkt: “Waarom ik?’

Donor gezocht
Weer thuis van het ziekenhuis zijn mijn vriend en ik beginnen te praten. We wilden allebei graag kinderen en beseften dat het hele proces lang kon duren. Bovendien was Mike al 28 en dus besloten we niet langer te wachten. Ik wou me niet neerleggen bij mijn “aandoening”. We zouden vechten en er alles aan doen om kinderen te krijgen. De eerste stap was een eiceldonor vinden. Vrouwen genoeg op de wereld, zou je denken. Maar zo’n eicelextractie is enorm pijnlijk en de hormonenkuur gooit je hele lichaam overhoop. Toen we niet meteen iemand vonden, was het voor mijn moeder niet meer dan vanzelfsprekend dat zij het zou doen. Hoewel ze al 39 en eigenlijk te oud was om te mogen doneren, heeft ze geen seconde getwijfeld. En op die manier zou mijn kind toch nog een genetische band met me hebben. Dan begint het medische circus. Mijn moeder kreeg een hormonenkuur en ik moest medicatie nemen om mijn lichaam voor te bereiden op een zwangerschap. Maar al gauw bleek dat haar eitjes niet meer “goed” genoeg waren, zoals de dokters vreesden. Natuurlijk ben je dan even teleurgesteld, maar we wilden er niet te lang bij stilstaan. We zijn toen meteen op zoek gegaan naar een nieuwe donor en kwamen uiteindelijk bij mijn schoonzus terecht. Opnieuw doorliepen we de hele behandeling en deze keer waren er twee eitjes wel goed. Dan was het wachten geblazen: pas 12 dagen later zouden we weten of de bevruchting gelukt was. Maar tegen dag negen werd de spanning me te veel en kocht ik een zwangerschaptest. Samen met mijn ouders, mijn zus en man zaten we in de woonkamer onze adem in te houden tot de test zou verkleuren. Positief! De vreugde was enorm. We zijn elkaar allemaal in de armen gevallen en meteen naar mijn grootouders gereden om hen het goede nieuws te vertellen. Mijn grootvader huilde zelfs van blijdschap!’

Een diepe put
Acht weken lang kon ons geluk niet op, maar het mocht niet zijn. Op een dag kreeg ik vreselijke krampen en ben ik meteen naar huis gereden. Thuis begon ik bloed te verliezen. De pijn straalde uit naar mijn onderrug en werd steeds heviger. We hebben het ziekenhuis gebeld. Daar stelde ze vast dat het weeën waren, maar konden verder niets voor me doen. Die avond kreeg ik thuis een miskraam. Het bleek een tweeling te zijn…
Op dat moment dringt zoiets absoluut niet tot je door. Je bent in schok. Je registreert enkel, je denkt niet na, je voelt niets. De dagen daarna zijn het zwaarst. Dan besef je pas wat je verloren hebt. Ik ben toen een tijd thuis gebleven, maar wou niet stilstaan bij wat er gebeurd was. Gewoon opnieuw proberen, dacht ik. Na een maand mochten we de behandeling nog eens proberen. Mijn schoonzus doneerde weer, twee eitjes werden ingepland en zes andere ingevroren, indien we het nog eens zouden moeten proberen. Het was opnieuw meteen raak: ik was weer zwanger. Maar ook die keer ging het mis. Na een paar weken al kwamen diezelfde krampen en kreeg ik weer bloedverlies. Ik wist meteen wat er aan de hand was. Maar de tweede keer kwam ik niet gewoon terug overeind. Ik kon het verdriet en de teleurstelling niet nog een keer aan en ben toen in een hele diepe put gezakt. Mijn zelfbeeld leed er enorm onder: welke vrouw kan nu geen kinderen krijgen? Ik kon er ook niet écht met iemand over kon praten. Mijn man heeft me altijd wel goed gesteund, maar hij verwerkt zulke dingen anders. Hij is veel nuchterder dan ik en praat niet veel. En bij mijn twee beste vriendinnen kon ik ook niet terecht: zij raakten datzelfde jaar allebei zwanger en zaten op een roze wolk. Ze durfden het nieuws nauwelijks aan me te vertellen en ik geef toe dat het ook enorm moeilijk was om blij voor hen te zijn. Uiteindelijk ben ik dan naar een psycholoog gegaan. Die luisterde wel, maar ik had het gevoel dat hij me niet echt begreep.

Een klein mirakel
Anderhalf jaar na mijn tweede miskraam raapte ik al mijn moed bij elkaar en wou ik het nog eens proberen. Ik zag hoe gelukkig mijn vriendinnen waren met hun kindjes en kon gewoon niet aanvaarden dat ik dat nooit zou mogen meemaken. De hele procedure werd weer in gang gezet, maar algauw bleek de kwaliteit van de ingevroren eitjes niet goed genoeg meer om in te planten. Ik was klaar om het op te geven. Maar dan ineens… een mirakel. Op een babyborrel van een vriendin voelde ik me plots niet goed. Ik herkende het gevoel, maar wou het gewoon niet aannemen: ik kon niet zwanger zijn. Dat was fysisch onmogelijk. Toch deed ik een test: hij was positief! Mijn ouders geloofden het ook niet. Pas toen de twaalfde test op rij roos kleurde, durfden we de dokter bellen. Twee weken later mocht ik voor een echo komen. Maar als je al twee miskramen achter de rug hebt, duren twee weken een eeuwigheid. De onzekerheid en spanning werd me te veel. Bij elke kramp panikeerde ik. Na wat aandringen mocht ik dezelfde dag nog komen. Maar de echo bevestigde mijn grootste angst: ik bleek drie maanden zwanger te zijn, maar het kindje was na twee en halve maand overleden. Het hartje klopte niet meer. Twee uur later kreeg ik mijn derde miskraam… Het zou nog een vierde keer gebeuren. Ik raakte miraculeus weer zwanger, maar ook toen ging het mis. Ik verwachtte eerlijk gezegd niets anders. Tegen dan had ik al geleerd dat het mij gewoon niet gegund was. Ik heb de laatste keer zelfs niemand meer verwittigd.’

Andere opties
In die periode heb ik veel gehuild. Het enige wat ik kon doen was mezelf bezighouden: we kochten veel huisdieren en ik probeerde zo vaak mogelijk met vriendinnen af te spreken. Ik kocht ook een paard, maar tot op de dag vandaag durf ik er niet op rijden. Ik probeer wel, maar krijg steeds paniekaanvallen. Ik ben er gewoon zo van overtuigd dat alles altijd zal mislopen. Het is verschrikkelijk hoe de miskramen mij hebben veranderd. Ik ben het vertrouwen in het leven totaal kwijt. Andere mensen gaan er vanuit dat slechte dingen hun niet zullen overkomen, dat alles wel goed komt. Ik niet. Na vier miskramen ga je automatisch uit van het ergste en hoopt dat het wel zal meevallen. Ik hoop nog steeds dat als ik ooit een kindje krijg, het gevoel weer zal weggaan. Tot dan probeer ik gewoon niet op te geven. Maar ik heb echt alles geprobeerd om kinderen te krijgen. Ik ben zelfs naar een gespecialiseerde kliniek in Leiden geweest, waar ze mij opnieuw hoop gaven. Drie keer per week reed ik op en neer met de hele familie voor een speciale hormonenkuur. Maar mijn lichaam reageerde niet op de behandeling. Ik was al te lang in de menopauze, ook al was ik maar 24… De teleurstelling was groot. Ik heb veel bittere tranen gehuild toen. Ik begreep gewoon niet waarom het maar niet wou lukken. Het was niet eerlijk. Tegen dan had mijn man het ook wel gehad. Hij zag hoe hard ik afzag en kon het zelf ook niet meer aan. Hij drong erop aan dat ik niet weer IVF zou proberen. Er waren nog andere opties. Adoptie bijvoorbeeld. Maar dat bleek geen mogelijkheid voor ons: zo’n proces duurt minstens 5 jaar en kost stukken van mensen. Dat konden we simpelweg niet betalen. Een andere optie is pleegouderschap. We hebben ons opgegeven om langdurig een kind tussen de 0 en 4 jaar op te vangen en wachten nu op nieuws, maar beseffen dat we het pleegkindje ooit weer moeten “teruggeven”. De enige andere manier en onze laatste kans, is een draagmoeder. Een paar van mijn vriendinnen zagen dat wel zitten, maar hun partners dan weer niet. Ook mijn zusje wou het graag doen, maar raakte ondertussen zelf zwanger en beseft nu hoe moeilijk het zou zijn om je kind na negen maanden op te geven. En “professionele” draagmoeders vragen vaak enorm veel geld voor hun diensten en dat hebben we niet.

Hoop voor de toekomst
Ondertussen ben ik erg betrokken bij de opvoeding van mijn nichtje, nu 4 weken oud en ben ik vastberaden haar favoriete tante te worden. Natuurlijk steekt het dat mijn zus zonder problemen, door een ongelukje dan nog wel, een dochtertje kreeg. Maar onze familie kon ook wel eens wat geluk gebruiken. Het zijn acht zware en frustrerende jaren geweest, maar ik wil het nog niet opgeven. Erover praten is al een grote stap voor me. Ik hoop via deze weg vrouwen te vinden die draagmoeder willen worden of in dezelfde situatie zitten. Ik wil praten met lotgenoten, die mij écht begrijpen, om alles een plaats te kunnen geven. Maar ik zou het pas echt achter me kunnen laten als ik eindelijk een kindje in de armen mag sluiten en het trots het mijne noemen.

Na 12 jaar toch een wonder mogen gebeuren, we hadden de moed toch opgegeven. Lekker op vakantie gegaan en ik zou me laten steriliseren maar door omstandigheden de afspraak afgezegd. Na een paar dagen vertelde ik mijn man dat ik me eigenlijk niet zo lekker voelde. Ik ging toch een test doen waarop mijn man me eigenlijk een beetje voor gek verklaarde, na zoveel tegenslagen de test toch gehaald en tot onze grote verbazing was ik toch weer zwanger. De volgende dag gelijk naar het zh voor een echo bleek dat we pas 3 weken zwanger waren. Ik zei tegen mijn man “Deze zwangerschap zingen we uit en ja hoor we hebben nu een zoontje van 8 maanden!” Hij is 5 aug 2015 geboren met een geplande keizersnee.

Geschreven door Nathalie Pijl

Sharing is caring!