Ik ben Sofie, bijna 40. Plusmama van een zoon van 16 en adoptiemama van 2 prachtige parels van 4 en 8 jaar oud. Overgelukkig dat ik mama mag zijn van hen, ik zou de klok nooit terugdraaien maar ergens schuilt er een groot verdriet en dat is taboe. Ongewenst biologisch kinderloos, een gaatje in mijn hart. Tijd is gekomen om het los te laten en voor eens en voor altijd in het zwarte verdriet te duiken.


Lichaam – Gisteren hadden we een etentje gepland, ik en de adoptiemama-vriendin. Ze weet al langer dat het met momenten erg opspeelt mijn verdriet. Ik zie het in bepaalde blikken, voel het in extra kneepjes bij een afscheidsknuffel en lees het tussen de lijnen. Onlangs vertelde ik haar dat ik best zou praten met iemand die -in mijn ogen- helemaal hetzelfde heeft ervaren. Ongewenst biologisch kinderloos, mislukt fertiliteitstraject en dan overgelukkige mama van een adoptiekindje. Ze was dapper en vertelde me dat ze graag naar me wilde luisteren en met me wilde praten als ik dat zou willen. Voor mij was het een mooi kerstgeschenk want laat ons wel wezen, samen terugdenken aan hoe het was die pogingen, die hoop en wanhoop, dat immense verdriet, het mes dat door je hart kerft als je je vriendinnen ziet zwanger worden… dat ga je niet zomaar opzoeken. Dus ik vond het een mooi geschenk, dapper.

Gisteren zaten we daar met z’n tweetjes. En dan voel je, ik kan gewoon praten over wat in me opkomt, kriskras door elkaar, losstaand en toch verbonden. De vermoeidheid, het verlangen naar rust, de liefde voor onze kids, lachen met hun kuren, luisteren naar zorgen om hen en hun rugzak, zuchten over werk en hoe het soms loopt en dan zo tussendoor dat naakte rauwe verdriet. Zonder doekjes. Herinneringen. Hoe ging het bij jullie? Hoe ging je ermee om? Wat deed die aangekondigde zwangerschap in de familie met je? Hoeveel pogingen deden we alweer en beiden wisten we dat er zoveel verbannen was naar de donkere kelder van herinneringen die je wil vergeten.

Het ging over zwart verdriet en toen hadden  we het over al die embryo’s die we waren verloren. Telkens een embryo, een “kindje” van ons twee dat perfect was, optimaal dankzij de wetenschap maar dan liep het mis. Mijn embryo’s wilden niet nestelen, het was alsof mijn lichaam ze niet kon koesteren en opnemen. Geen veilig nest. Bij wie de oorzaak ook moge liggen, in the end komen die perfecte embryo’s in ons nest en moeten wij ze als mama alleen maar kunnen vasthouden, laten nestelen en behouden. En dat ging niet. Niet 1 keer, maar teveel keren.

Dat lichaam dat datgene wat we als vrouw voorbestemd zijn om te doen, niet kan. Wat heb ik mijn lichaam gehaat. Van een vrouw die nooit wild was van haar lichaam, maar ook niet ontevreden, een vrouw die zich mooi kon voelen en kon genieten van haar lichaam werd mijn lichaam de broedmachine die het liet afweten. Niet in staat om een veilig nest te zijn, om een kind van ons twee te dragen.
Mijn lichaam voelde niet meer van mij, ik zag en zie het niet meer graag, verzorgen beperkte zich tot een minimum, trots zijn was weg en sexualiteit werd nooit nog hetzelfde.

Ik denk dat dat een van de grootste pijnen is. Het verliezen van mezelf graag zien, mooi kunnen zijn, het intieme dat plots een wrange pijn meebrengt omdat het zelden zo ongeremd zou zijn als voor de broedmachine.

De woede, het verdriet en de pijn dat dat met zich meebracht is groot tot op vandaag en blijft een van de moeilijkste zaken om over te praten, om toe te laten.