Onze reis begon enkele jaren geleden, we zouden onze grote droom waarmaken!
Voorzichtig namen we de eerste stappen, we namen niet veel voorraad mee, niets wees er op dat de tocht lang zou duren. Het eerste jaar stapten we aan een rustig tempo door, we zouden wel op onze bestemming raken. Niet erg nauwkeurig, met weinig aandacht voor de routebeschrijving kabbelde het leven door.
Na een jaar begon ik me zorgen te maken, misschien moest ik de landkaart die naar onze bestemming leidde nog eens goed bekijken. Een licht ongemakkelijk gevoel maakte zich meester over me. Mijn reisgezel maakte zich geen zorgen, dra zouden we aankomen, hij wist het wel zeker!

Gaandeweg bleek ook hij te beseffen dat de reis langer duurde dan gepland. Om onze bestemming te bereiken moesten we een tijdje naar de wachtkamers. Na enkele weken kwamen de onderzoekers ons vertellen dat we zonder probleem konden doorreizen. We bleven dapper doorstappen.  Ik merkte op dat steeds meer meereizende koppels al lang ter bestemming waren. Soms al twee keer de weg naar de grote droom hadden afgelegd. Het voelde onrechtvaardig, wrang. Waarom verloopt hun reis zo voorspoedig, waarom voelt mijn weg alsof hij door een grote, lege woestijn loopt.

Terug naar de wachtkamers dus. Of de onderzoekers ons konden helpen?
Dat deden ze: we namen pilletjes, kregen spuitjes en hadden het gevoel dat we het juiste hadden gedaan. En kijk: onze grote droom bleek dichterbij te komen! Een grote wegwijzer met einde was in de verte te zien. Helaas, na een grote zandstorm bleek de wegwijzer plots verdwenen.

Ondertussen werd het steeds leger in dat grote, eenzame land waardoor we reisden. Af en toe kregen we een kaartje en vroeg men wanneer we ook zouden aankomen. Men luisterde en begreep, waarop ook wij luisterden, naar de wonderlijke verhalen, over hoe het was aan de andere kant. Dat we ook ter bestemming zouden raken, als we maar genoeg ontspanden, als we maar minder hard zouden willen. Af en toe kwamen we reisgezellen tegen die de reis toch ook wel hard en lang en moeilijk vonden. We deelden onze bezorgdheden, begrepen elkaar. Tot ook zij aan de overkant geraakten. Ze bleven luisteren, waren bezorgd en hoopten oprecht dat ook wij snel op onze bestemming zouden zijn. Ik vond het moeilijk om hen te blijven contacteren, wou dat ze vooral genoten van hun finish.

Vandaag ben ik nog steeds wachtende. Ondertussen gaan we elke maand naar de wachtkamers, waar de onderzoekers ons verder helpen. Volgende maand willen we samen met de onderzoekers een stap verder gaan. Niet zoveel verder: we nemen vanaf nu het IUI-pad. Makkelijk zat zullen velen onder jullie denken. Waarschijnlijk wel, er zijn nog zoveel alternatieve wegen waar ik over gelezen heb hier op het forum. Er is er geen die op de trip naar een ontspannende all-inn strandvakantie lijkt. Allemaal zijn we op onze eigen weg door dit dorre landschap. Tot er weer eentje oversteekt. Het zij iedereen gegund. Maar toch blijft het knagende gevoel hangen: wanneer mag ik, wanneer mogen wij aankomen?

Vaak stappen we moedig en flink door, wetende, hopende (?), blijvend geloven dat ook wij er ooit zullen geraken. Maar soms wil ik niet meer stappen. Vandaag is zo’n dag, dan kan ik alleen moedeloos blijven staren naar de leegte van binnen en denken: waarom?

Céline

Sharing is caring!