‘Dat is vreemd.’         Oké, dat is niet iets wat je wilt horen als je met je benen wijd in de stoel bij de gynaecoloog ligt.

Ik kijk hem aan en de gynaecoloog vertelt mij dat hij aan de rechterkant een follikel ziet. Mooi, ik prop mezelf dus al twee weken vol met hormonen om de boel plat te leggen, om er vervolgens achter te komen dat mijn lijf toch een follikel heeft aangemaakt. Prachtig. Het gevolg is dat er nu geen cryo teruggeplaatst kan worden, want ‘dan gaat het elkaar in de weg zitten’. En nu dan? Nou nu dus niks. Ik moet direct stoppen met de medicijnen en we kunnen het deze maand op de natuurlijke manier proberen, die kans is er volgens de gynaecoloog altijd, hoe klein ook.

Schijnbaar was de pauze die we genomen hebben niet lang genoeg en besluit moeder natuur dat we nog even een maand langer moeten wachten. De gynaecoloog zegt wel dat ik terug moet komen zodra mijn menstruatie begint, om te kijken of de follikel weg is, zodat we zeker weten dat het niet iets anders is.

Twee weken later ga ik met lood in mijn schoenen terug naar de gynaecoloog. Ik ben bloednerveus over hoe mijn buik er van binnen uitziet. Het is toch echt te hopen dat de follikel weg is en dat het niet ‘iets anders’ blijkt te zijn. Wat ik nog het meest vervelend vind, is dat ze alleen nog een plekje aan het einde van de middag hebben. Ik werk onregelmatig en heb late dienst, dus moet ik ‘even snel’ heen en weer. Dit werkt voor mij niet echt stress-verlagend. Wat ook niet stress-verlagend werkt, is dat ik al druipend van het bloed in de stoel moet klimmen. Ja, ja, de gynaecoloog is vast wel iets gewend, maar toch vind ik het smerig.

De gynaecoloog kijkt met de echostaaf en heeft goed nieuws, de follikel is weg! Ik moet direct weer met de medicatie beginnen en een afspraak maken voor over twee weken. Tijdens deze afspraak zal gekeken worden of ik dan klaar ben voor de terugplaatsing van een cryo. Dolblij loop ik naar de balie om het goede nieuws aan de assistentes te vertellen. Assistente nummer één is mijn favoriete assistente en zij deelt mee in mijn enthousiasme. De blijdschap is echter van korte duur, want we worden grof verstoord door assistente nummer twee. ‘Eh, tja, ik heb niet zulk goed nieuws voor je’. Meteen gaan alle alarmbellen in mijn hoofd af, wat nu weer!? ‘Ja precies in de week dat je mogelijk een terugplaatsing zou hebben, is het fertiliteitscentrum dicht. Zij gaan namelijk één week per jaar dicht en dat is precies die week.’

Ik ben even stil en begin vervolgens keihard te lachen. De assistentes kijken mij een beetje vreemd aan. Ik excuseer me voor mijn gedrag met de mededeling dat ik beter kan lachen dan huilen. Je verandert toch niks aan de situatie. Assistente nummer één zegt dat ik het natuurlijk wel op de ‘gewone manier’ kan proberen. Ja want dat heeft zoveel succes gebracht in het verleden. Ik bedank ze hartelijk en loop met een dubbel gevoel het ziekenhuis uit. Aan de ene kant ben ik blij dat er niet ‘iets anders’ aan de hand is, maar aan de andere kant baal ik ook, nu moet ik weer een maand wachten. Ik word zo langzamerhand schijtziek van al dat wachten.

Ik stap in de auto en ga snel terug naar mijn werk. Onderweg bedenk ik me dat ik morgen toch maar ovulatietesten ga halen voor deze maand, want, je weet maar nooit.

Patty
32 jaar, samenwonend met mijn man en drie katten, endometriose, ivf

Sharing is caring!