Terug van vakantie, deze week is regelweek. Ik moet een kind erkennen! Mijn eigen kind hoor, niet die van de buren. Kind is er nog niet eens, zul je denken. Dacht ik ook. Erkennen moet vóór de geboorte, blijkt. Nog nooit een kind erkend, dus voila: hier is mijn reisverslag voor als je het zelf nog eens gaat doen. De koffie bij het gemeentehuis kan beter, maar los van dat heb ik me prima vermaakt.

Wasda?
Erkenning, ik had er nog nooit van gehoord. Het staat voor: het op je nemen van juridisch ouderschap. Dus mijn kind wordt bijvoorbeeld mijn erfgenaam (nou, dat is boffen!) en ik ben onderhoudsplichtig tot het 21ste levensjaar. Dus als mijn kind straks geketend in een hondenkennel wordt aangetroffen zonder bakje vers water, krijg ik het op m’n brood. Kortom, het gaat mij hoe dan ook veel geld kosten. Maar het is niet allemaal ach en wee: je mag ook de achternaam kiezen. Het kind van mijn vriendin heeft nu dus niet één moeder en één vader, maar twee moeders die mogen opdraaien bij de ouderavonden op school.

Moet dat dan?
Misschien denken sommige kinder-hebbers nu: ‘maar ik heb mijn kind nooit erkend.’ Klopt. Erkenning hoeft niet als je getrouwd bent of geregistreerd partnerschap hebt. Dan is erkenning automatisch geregeld, ook voor lesbiennes geldt dat. Ben ik dan niet getrouwd? Nee joh. Wel hebben we een samenlevingscontract. Minder taart en cadeaus, maar zoals onze notaris ooit zei: ‘trouwen moet je alléén doen omdat je het leuk vind, niet omdat je denkt dat zaken daardoor beter zijn geregeld’. En ik houd niet van jurken, duiven of rijst, dus die kogel was snel door de kerk. Ook vind ik ‘dit is mijn vrouw’ raar klinken, ik heb al een ring, en matching tribals is ook niet mijn stijl. Geen enkele reden om te trouwen dus.

De weg naar erkenning
Op de website van de gemeente zocht ik naar de juiste route voor erkenning. Klik, zoek, klik… Of ik een klacht had over overvolle glasbakken? Nee. Een raadsvergadering wilde bezoeken? Nee. Hondenpoep-problemen? Oh kom op nou. Ah: erkenning. Ik klikte op de button en even later had ik een afspraak ingeboekt op maandagochtend. Net als bij de kapper. Mijn vriendin moest mee, want ja: die moest wel even haar duim opsteken dat ze akkoord was met het hele plan. Een week later liepen we op maandagmorgen door de Stopera. Het zonnetje scheen. Mijn vriendin checkte drie keer of we onze paspoorten wel bij ons hadden en ik zei steeds ‘ja, dat héb je al gecheckt’. Ze vroeg vijf keer of we nog wat anders moesten meebrengen (‘neehee’) Hobbel-de-hobbel, naar de wachtkamer, nummertje trekken, zeuren dat de koffie niet goed is, koffie toch opdrinken, pling! Aan de beurt. Een lieve, best wel gay ambtenaar gaf ons stralend het te ondertekenen formulier. We ondertekenden, hij schudde ons de hand (‘nou dames, gefeliciteerd dan maar he?’) en een kwartiertje later liepen we het gemeentehuis weer uit. Mama en mama: check. En trouwens, het kost niks.

Slagroomtaart
En waarom dat zo makkelijk ging? Omdat op 1 april 2014 de Wet Lesbisch Ouderschap in werking trad. Voor de camera’s tekenden de eerste lesbiennes mét baby de formulieren. Van der Laan en Teeven aten een slagroompunt en brabbelden iets over gelijke rechten in een microfoon. En dat was een fijn moment! Want dit betekende dat lesbo’s niet meer een dure adoptieprocedure moesten uitzitten die jaren kon duren. Scheelt mij (en vele anderen) honderden euro’s en jaren chagrijn. Dus whoop-whoop voor de activisten van toen. De volgende keer dat je een slagroomtaart eet, heb je er een mooie anekdote bij; alsjeblieft! Ik ga taart kopen.

Meer blogs lezen van Vanessa doe je hier.

Sharing is caring!