We hadden 552 dagen op je gewacht. Maar we mochten maar 10 dagen echt van je genieten. Toen ontplofte onze grote, mooie droom opnieuw in onvoorstelbaar veel stukjes. Te mooi geweest om echt waar te kunnen zijn.

Het was zo wonderbaarlijk geweest. Compleet onverwacht hadden we twee weken na onze eerste inseminatie een positieve test in onze handen. Ik kon het niet geloven en dacht dat ik in een droom zat. Ik deed ontelbaar veel testen op enkele dagen tijd. Maar het streepje was er echt en het werd steeds duidelijker. Het was ons eindelijk gelukt. Ons kleine, grote wonder groeide in mijn buik. We waren zwanger. Na zo lang proberen, na zoveel verdriet en na zoveel teleurstellingen.

Maar een vijftal dagen later troepten de donkere wolken opnieuw samen boven ons hoofd. Ik had een onrustig gevoel, ik voelde minder dan ervoor. Alsof ik toen al voelde wat er zat aan te komen. Ik probeerde de negatieve gedachten uit mijn hoofd te krijgen en bleef hoopvol. Na alle ellende was de onzekerheid en angst vast normaal. Ik verloor niets, ik had nog steeds wat kwaaltjes en ik had geen krampen. Waarom zou het dan in hemelsnaam fout gaan? Elke dag prentte ik dit netjes in mijn hoofd.

En toch bleef dat onrustige gevoel hangen.Ik sprak ons kleine, grote wonder regelmatig toe dat het goed moest blijven groeien, dat het moest vechten. En dat alles dan wel goed zou komen.

Maar de donkere wolken bleven genadeloos samen troepen. Ze werden steeds dikker, maar ik merkte het niet. En toen brak alles open en kwam de regen met bakken naar beneden. Kort voor de eerste echo begon ik te bloeden. Steeds heviger. En ik wist dat mijn onrustige gevoel juist was geweest. Dat ons kleine, grote wonder er niet meer was. Dat onze droom uiteengespat was nog voor hij echt was begonnen. Van een mooie droom veranderd naar een pure nachtmerrie. Vanuit het niets.

Amper tien dagen hadden we van je kunnen dromen. Je was nog enorm klein toen je ons verliet. Waarschijnlijk nog maar een mengeling van cellen. Te klein om al echt een kindje te kunnen zijn. Je kreeg de kans niet om te groeien. Je hartje kreeg nooit de kans om te kloppen. Je armpjes en beentjes kregen nooit de kans om groot en beweeglijk te worden. Je gezichtje kreeg nooit de gelaatstrekken die je negen maanden later zou hebben gehad. Je kreeg simpelweg nooit de kans om echt te leven.

En toch was je al helemaal van ons. Ons leven, ons bloed. Want op de dag dat je weet dat je zwanger bent, dan ben je al helemaal verliefd op dat kleine, grote wonder. Hoe klein het allemaal ook nog maar is. Want ons kleine, grote wonder had al onze genen. De zijne en de mijne. Vermengd met elkaar. Pure liefde die samen was gekomen. Het stond al vast of je een jongen of meisje zou zijn geweest. Welke fysieke trekken je van ons mee zou hebben gehad. Welke karaktertrekken je zou hebben gehad. Maar je kreeg nooit de kans om dat aan ons te tonen.

En dat is zwaar en hard. Keihard. Elke vezel van ons lichaam doet pijn als we denken aan hoe we jou nooit zullen mogen leren kennen. En toch moeten we vooruit en aan de toekomst denken.

Maar jij, jij blijft voor altijd ons eerste kleine, grote wonder. Hoe klein je ook nog maar was.Want we voelden al zoveel liefde voor jou. En dat gaat nooit meer weg.

Liefs,

Sharon

33 jaar, ergotherapeute, samenwonend met Dempsey en katjes Peewee en Pebbles, één sterrenkindje. Ik hou van fotografie, muziek, lezen, schrijven, vrienden en uitstapjes.

Deze blogger heeft ook een eigen site.

Sharing is caring!