Dit artikel bereikte mij via een lotgenoot van de facebookgroep “Vrouw, vruchtbaarheid, voortplanting en zwangerschap“, een groep die er als de kippen bij is wanneer het gaat om nieuwe informatie. Sommige leden zijn werkelijk lopende encyclopediën, heel kritisch en dat is goed want dat houdt ons allen scherp. Het is fijn om te zien hoe deze vrouwen naast vreugde en verdriet vooral ook informatie delen. Dank aan hen,  de zender van dit artikel en mijn nicht die het artikel vertaalde.

 

Nieuw bewijs toont aan dat eierstokken nieuwe eitjes kunnen produceren.
Een baanbrekende nieuwe ontdekking haalt de wetenschap onderuit dat vrouwen worden geboren met een vaststaand aantal eitjes en geeft hoop behandeling aan oudere vrouwen die zwanger willen worden.

Wetenschappers hebben het eerste aantoonbare bewijs ontdekt dat er een mogelijkheid bestaat dat de eierstokken van oudere vrouwen in staat zijn nieuwe eicellen te produceren. Als dit bevestigd wordt bij verder onderzoek, zou dat de bewering, dat vrouwen met een vast aantal eicellen worden geboren en het lichaam derhalve geen mogelijkheid heeft nieuwe eicellen aan te maken compleet omver werpen. Zowel voor jonge vrouwen met een vruchtbaarheid probleem als oudere vrouwen met een gelimiteerde reproductieve levensfase zou dit betekenen dat er nieuwe behandelingen zouden kunnen komen die een mogelijkheid van conceptie zouden kunnen betekenen, die voorheen voor onmogelijk werd gehouden. Dit kleine onderzoek onder kankerpatiënten die met chemotherapie werden behandeld toonde -bij biopsie van de eileiders- een veel grotere dichtheid van eicellen aan dan bij gezonde vrouwen van dezelfde leeftijd.

Vrouw bevalt na baanbrekende eileider weefsel transplantatie.
Professor Elvelyn Telfer, Hoofd van dit onderzoeksteam aan de Universiteit te Edinburgh vertelt: “Dit was opmerkelijk en compleet onverwacht voor ons. Het weefsel produceerde nieuwe eitjes terwijl het dogma bestaat dat gedurende de levensfase het aantal eitjes van de vrouw vastligt en er geen nieuwe ‘dus’ geen nieuwe eitjes kunnen worden gevormd”. Aanvankelijk bestudeerde haar team waarom de drug ABVD geen onvruchtbaarheid problemen veroorzaakt, in tegenstelling tot zoveel andere vormen van chemotherapie.
Alhoewel de onderzoeksresultaten veelbelovend zijn, waarschuwt Telfer voor de snelle bereidheid van Fertiliteits-klinieken die waarschijnlijk vernieuwde behandelingsmethoden zullen aanbieden nog voordat deze wetenschap, die in de kinderschoenen staat, goed begrepen wordt.

“Er is nog zoveel dat we niet begrijpen als het gaat om eileiders.” Zegt ze. “We moeten heel voorzichtig zijn met het uitspreken van snel op handen zijnde klinische behandelingen. De bevindingen zijn zowel sceptisch als met optimisme ontvangen. Kenny Rodrigues Wallberg, senior consultant van het Karolinska Medisch Ziekenhuis te Stockholm, formuleerde het als volgt: “Ik denk dat deze bevindingen en alle ingezette middelen, baanbrekend kunnen zijn in de ontwikkeling van nieuwe fertiliteits-behandelingen en de -aanvankelijk veronderstelde levensduur- van bevruchting kan verlengen. Klaarblijkelijk zijn eileiders veelzijdiger dan we geleerd of verwacht hadden, daar ze de capaciteit hebben zichzelf te vernieuwen”.

Weefsel van ABVD patiënten (boven links) lijkt meer follikels te tonen. Foto: Universiteit van Edinburgh

Weefsel van ABVD patiënten (boven links) lijkt meer follikels te tonen. Foto: Universiteit van Edinburgh

Anderen, waaronder ook David Albertini, Directeur Laboratorium Centrum voor Menselijke Voortplanting te New York, waren minder overtuigd: “Eerlijk gezegd denk ik, dat het bovenstaande één van de velen manieren is om de productie van nieuwe eitjes te verklaren.

Misschien waren de eitjes reeds aanwezig en zijn ze zichtbaar geworden door prikkels van de behandeling. Ook kan het zijn dat de eitjes zich in twee of meer delen hebben gesplitst, als gevolg van de schadelijke gevolgen van de behandeling. In dit stadium moeten er nog verdere studies verricht worden en kunnen we dus beter spreken van een opmerkelijke bevinding dan een ontdekking”.

In het onderzoek vergeleek men eileider biopsies van Hodgkin patiënten (lymfeklier kanker) waarvan 8 vrouwen ABVD hadden gekregen, 3 vrouwen die behandeld waren met een sterkere chemo (OEPA-COPDAC/bekend als veroorzaker van infertiliteitsproblemen) en het weefsel van 10 gezonde vrouwen. “Bij de groep die met ABVD was behandeld, zagen we tussen de 2 en 4 keer meer eitjes in het eileider weefsel dan de controle groep, terwijl de met OEPA-COPDAC behandelde vrouwen er veel minder hadden. Geen geringe hoeveelheid maar een behoorlijke toename”. We hebben geen andere verklaring waardoor dit is gebeurd”. Aldus Professor Telfer. Ondanks de onderzoekstop, die plaats bij gebrek aan andere tastbare bewijzen, blijft zij bij haar uitspraak. Het past bij de eerder gedane bevindingen.

De eitjes van ABVD patiënten leken jonger, zoals je ook ziet bij meisjes in de periode van puberteit, overeenkomstig dus met het idee dat ze ‘nieuw’ gevormd waren en nog niet volgroeid. Ze groeiden ook minder goed dan de controlegroep, alhoewel deze groep geen bekende fertiliteit problemen heeft.

Eerder ontdekte Telfers groep denkelijk stamcel populaties in de eileiders die zich kunnen ontwikkelen tot een eicel. Het is echter niet duidelijk of deze eicellen ontvankelijk zijn voor bevruchting. Dit fenomeen wordt echter door andere wetenschappers zelfs in twijfel getrokken.

Fertiliteit wetenschappers ontdekken een manier om eileiders te laten ‘herstarten’.

Nick Maclon, Professor in Verloskunde en gynaecologie aan de Universiteit van Southampton zegt hierover het volgende: “Het is allemaal zeer controversieel en het roept meer vragen op dan antwoorden. Evelyn (Telfer) gaat ervan uit dat er stamcellen zijn. Deze studie toont echter aan dat er misschien bewijs is en het misschien mogelijk is”. Hij herhaalde tevens Telfers bezorgdheid over de mogelijkheid dat sommige infertiliteit-klinieken in dit stadium té snel kunnen reageren met het oogmerk de score van geslaagde behandelingen significant te laten stijgen. Dit echter zonder enig toezicht en interventie van de medische buitenwacht en behaalde resultaten. “Er wordt al snel gereageerd op alles dat de IVF behandeling kan verbeteren. Er is echter op dit moment nog geen enkel aantoonbaar bewijs voor een verbetering van een huidig slechte respons op een IVF behandeling”. Aldus Maclon.

Deze bevindingen werden gepresenteerd op de jaarlijkse conferentie in juli: – the European Society of Human Reproduction and Embryology- en is beschreven en uitgegeven in een tijdschrift.

Vertaling: Paulette Elens

link naar origineel artikel

Sharing is caring!