“We kunnen jullie niet verder helpen en verwijzen je door. De enige manier waarop jullie kinderen zullen krijgen is via ivf-icsi. Jullie zouden wel natuurlijk zwanger kunnen raken, alleen is dan de kans tussen nu en vijftien jaar en daar ga je niet op zitten wachten.” De gynaecoloog kijkt ons lachend aan. Achter haar staat een kast met daarop een foto van een klein kind. Ik neem aan dat het haar kind is.

Ik ben in shock, wat gebeurd er nu? Dit was niet de bedoeling, zo hadden we het niet gepland. Oké, we hadden er rekening mee gehouden dat het wat lastiger zou gaan. De huisarts zei, dat er nog zoveel mogelijkheden waren en ivf was wel het laatste is waar je aan moest denken. En nu, net is ons verteld dat alleen ivf-icsi er misschien voor gaat zorgen dat wij zwanger kunnen worden. Het enige wat ik kan doen is huilen. Ik heb geen woorden en van binnen ben ik een grote puinhoop. Elke cel in mijn lichaam is in shock en moet even bijkomen van de klap. Mijn kijk op alles is veranderd in een paar seconden door één mededeling.

Apart eigenlijk want je staat er nooit bij stil totdat iets je overkomt. Vanaf dat je klein bent krijg je te horen dat je ooit (als je dat wilt) moeder zal worden. Wie heeft het niet eens in een vriendenboekje geschreven op de lagere school. En denk eens aan de poppenhoek waarin vadertje en moedertje, het toneelspel van de dag is compleet met hond en kind. Toen ik wat ouder was heb ik me wel eens afgevraagd hoeveel kinderen Jezus mij zou geven. Ik was er van overtuigd dat Jezus dat bepaalde en niet wijzelf. Totdat ik wat wijzer werd en begon te begrijpen dat je dat zelf kon bepalen. Althans in overleg met je partner. Je moet er tenslotte samen achter staan. En in oktober 2013 werd ik nog wijzer omdat we toen de ivf-icsi mededing te horen kreeg.

En dan zit je in de auto terug naar huis en dan begint de achtbaan. We zijn al ingestapt zonder het echt te beseffen. Want hoe vertel je het je familie en je vrienden? En je werk, vertel je het wel of wacht je nog even? Wat gaat er allemaal gebeuren? Hoe ga ik dit aanpakken? En mijn partner? En samen? Hebben we hulp nodig? Willen we wel hulp? En als je al die vragen op een rijtje hebt met een antwoord dan kan je aan de slag. Want niet iedereen weet hoe hier mee om te gaan.

En op dat moment voelde ik met een octopus met acht armen die niet alleen bezig was met zichzelf maar ook met haar omgeving. Je omgeving vind het ineens eng om over kinderen te praten of om vragen te stellen.
Bang dat ze je kwetsen. Als er iets kwetsend is dan is het stilzwijgen en niets erover zeggen of vragen. Alsof het er niet mag zijn. Alleen is het er elke dag net zo lang totdat je weet of je wel of geen kinderen zult krijgen.

Wat ik er het moeilijkste aan vind is dat mijn partner en ik uniek zijn op onze eigen manier. En een nieuw mensenleven wat je op de wereld zet is daar een samensmelting van. Ik denk dat elke ouder dat wel herkend, dat als je naar je kinderen kijkt je stukken van jezelf en je partner terug ziet en een stuk van het kind zelf.
Want wat nu als het niet lukt en wij geen kinderen kunnen krijgen en dat unieke stuk van ons samen niet zal komen.

En ik weet dat er meer in de wereld is dan alleen kinderen. Rationeel weet ik het allemaal, wat je wel moet doen en zeggen en positief blijven. Emotioneel is een ander verhaal dat heb je niet altijd onder controle.
Dus blijf ik denken; “De wereld houdt niet op als er geen kinderen gaan komen, er liggen nog genoeg avonturen te wachten om gevonden te worden”.

 

Geschreven door Loes van de Laar, algemeen directeur van Stichting A Pin For Your Thoughts

Sharing is caring!