Als het allemaal niet zo pijnlijk zou zijn, dan had ik een scala aan hilarische gebeurtenissen kunnen typen. Ik weet niet of pijnlijk het goede woord is in onze situatie. Dekt het de lading? Ik denk van niet. Een kinderwens traject is wachten en hopen, vol goede moed. Vaak -te vaak- gevolgd met een slechte afloop. En opnieuw beginnen. Uw allen helaas wel bekend. Toch probeer ik ook de humor erin te houden, want zoals ik al zei: Als het niet zo pijnlijk zou zijn, dan was het in ieder geval hilarisch.

Ik begin even iets meer bij het begin. Ik stopte met de pil. Deed wat ik moest doen. En na 11 maanden zat ik bij de dokter. Dit is de korte versie van hoe het ging. Hier alleen aan kan ik 11 pagina’s vullen over mijn onzekerheid. Over mijn getwijfel. Over mijn kledingkeuze, wat trek ik aan om serieus genomen te worden? Je moet weten, ik zie er klein en jong uit, ik wilde niet voorkomen als een piepjonge twintiger. Daarnaast had ik zakdoekjes paraat voor in de wachtkamer, de medemens moest denken dat ik verkouden was. Of keelontsteking had. Of griep. Of oorontsteking. Maar NIET dat ik daar zat omdat, nou ja, omdat het niet lukte. We kunnen dus wel spreken van een drempel… Binnen 5 minuten stond ik weer buiten. Met een verwijsbrief. Zonder ook maar een dorpsgenoot tegen te zijn gekomen in de wachtkamer.

Het ziekenhuis was ook een dingetje, maar ik kan alles na vertellen! Allereerst kom ik daar altijd veel bekenden tegen. Ik werd vaker herkend dan Jan Smit. Waar ik nooit in het ziekenhuis kwam, leek het wel of mijn ganse omgeving ziek, zwak en misselijk was. En ik zat (zat gelukkig!) in de fase dat niemand mocht weten van mijn grote geheim. Na de derde keer wilde ik in een “dikmaakpak” en met blonde pruik op pad. Gelukkig heb ik een nuchtere echtgenoot.

Een serie onderzoeken volgden en even wat medische feiten op een rij. Bloedprikken op dag 3 en dag 23. Manlief een potje inleveren. Evalueren: beide dik in orde. Tijd voor de echo. Bij het woord echo verstijfde ik als een strijkplank. Ik bedoel: bij de echo moet je bloot. Heel erg bloot. Ik was niet gewend aan bloot. Het went bijzonder snel. Dat wel. En ook de echo werd toegevoegd aan de lijst “dingen die je voor je dertigste moet hebben gedaan”. Vinkje. Applausje. En een trots gevoel. Ook met deze actie kwam ik goed uit de bus.

Nog 1 projectie volgde: Het HSG. Ik kreeg een folder mee van het HSG! En een afspraak werd gemaakt. Zo simpel als ik het typ, zo werd het ook gebracht. Ik zeg je het je: Een HSG valt niet MEE! Met stip op 1 van tragische gebeurtenissen. Misschien kwam het omdat ik op tijd klaar lag. Op zo’n bedje. In mijn bijna blootje. Op tijd uiteraard. En de gyn kwam maar niet. Want er was even iets tussen gekomen. Wegrennen. Ik wilde wegrennen. Maar gelukkig heb ik een nuchtere echtgenoot. Enfin. Ik zette door. Ik zweefde bijna boven mezelf uit. Maar alles gaat voorbij! Met vlag en wimpel slaagde ik voor deze monsterlijke uitdaging.

Niets stond ons nog in de weg. Er volgden zes IUI pogingen. Met goede kansen. Steeds zonder gekkigheid. Keurige eieren. Fantastisch zaad. Een enorm enthousiaste gynaecoloog. Gijs maakte ons zelfs nog een keer warm voor een tweeling. Een twee-ling. Keer op keer naar het ziekenhuis. Of het nu uit kwam of niet. En over het algemeen kwam het NIET uit. Maar het mocht de pret niet drukken. Manlief regelde net zo makkelijk een ticket om op 1 dag even terug te vliegen uit Engeland. Drukste tijd van het jaar, Valentijn, en werk in de bloemen. Doen wij gewoon.

Na deze pogingen werden wij doorverwezen naar een ander ziekenhuis voor IVF. Goede gesprekken volgenden. Na een paar maanden pauze hadden wij er met recht weer “zin” in. Zin en goede moed. Ook vond ik mezelf wijzer. Ik vertelde mijn situatie aan mijn moeder. Het dikmaakpak, de bloemetjesjurk en de blonde pruik konden in de wilgen.
Ik ging dit doen. Wij gaan dit fixen. Spuiten en pillen werden in huis gehaald. Plaats gemaakt in de koelkast en in de agenda. Dat prikken, dat ging goed. De eieren groeiden gestaag. Ik leefde heerlijk in mijn coconnetje. De hormonen werden opgeschroefd en nog altijd voelde ik me prima. Opeens bleek ik last te hebben van overstimulatie. Althans: ik had nergens last van. Dit bleek uit mijn bloedwaarden. Toch ging ook dit weer goed. Een goede punctie met 20 eicellen volgden. Na een spannende dag waren er 14 bevrucht. Op de dag van de terugplaatsing was er 1 acht cellig embryo teruggeplaatst. 10 konden er de vriezer in. De eerste werd hem helaas niet. Na een pauze maand werd er 1 cryo teruggeplaatst. De volgende maand ontdooide er 2 niet goed, maar de derde konden ze terugzetten. De maand daarna ontdooide de eerste gelukkig goed. Ook deze redde het niet. Er is nog maar weinig lolligs aan.
Alles voorloopt voorspoedig.

Wat kan ik nu nog doen? Handvatten worden er niet gegeven. Het boek “inNESTeling” heb ik in huis. Ik volg de richtlijnen al een tijdje. Het toepassen lukt steeds beter. Maar nu heb ik iemand nodig die de punten op de i zet. Die zegt: doe mij maar na. Iets wat mij houvast geeft in deze roerige tijden. Want aan het medische gedeelte ligt het (vooralsnog) niet.

Ik heb heerlijk een pauzemaand gehad. Genoten van de zon en een wijntje op zijn tijd. De vakantie is voorbij en nu is het tijd voor yoga. Fertiliteitsyoga wel te verstaan.

 

Geschreven door Rebecca (32), getrouwd, kinderwens sinds januari 2013, iui, nu IVF, onverklaarbaar subfertiliteit, leerkracht basisonderwijs

Sharing is caring!