Zeventien maanden. 74 weken. 523 dagen.

Zo lang zijn we intussen al aan het wachten op de vervulling van onze allergrootste wens: een kind van onszelf. Met onze genen, onze gelaatstrekken, onze liefde voor mens en dier, onze gekke manieren. De ultieme samensmelting van onze liefde voor elkaar en met elkaar.

Het waren mooie, roze dromen. We hadden het allemaal zo goed gepland. Het zou prachtig worden. Maar toen we beslisten de pil te stoppen, troepten donkere wolken samen. Ze maakten van onze roze dromen, gebroken dromen. Een droom die uiteenviel in duizenden kleine scherven. Met scherpe randen. Zonder de lijm om ze opnieuw aan elkaar vast te kleven.

Onze weg is er één geworden van vallen en opstaan. Constant slingerend tussen hoop en wanhoop. Verdriet en geluk. Pijn en angsten. Maar het is een weg waar we ons al vechtend door proberen te slaan. Met alle krachten die we hebben. Met gebalde vuisten. Want we hebben één groot doel voor onze ogen: ons kind. En daarvoor blijven we vechten. Hoe lang het ook nog mag duren en hoe zwaar het ook nog zal worden.

PCOS is hier de grootste boosdoener. Samen met de PCOS komen ook nog duizend andere klachten. Naast de onvruchtbaarheid moet ik dus ook nog tegen al die andere symptomen vechten Met de moed der wanhoop soms. Alsof de onvruchtbaarheid alleen nog niet genoeg was. Ik heb geen eigen eisprong meer en reageer ook niet altijd even goed op alle hormonen die nu al maandenlang mijn lijf in gepompt worden. En dus heb ik de afgelopen zeventien maanden heel veel geduld moeten hebben. Wachten, (wan)hopen, wachten, (wan)hopen. Pas sinds vier maanden heb ik opnieuw een cyclus en samen met die cyclus kwam ook de hoop op een goede afloop terug. Maar het gaat met ups en downs. En het gaat nog steeds gepaard met verdriet, veel verdriet. Elke mislukte poging hakt er weer wat dieper in.

Maar samen met mijn held kan ik dat aan. Samen staan we sterk. Samen gaan we vechten voor ons grote wonder. Want opgeven, dat staat voorlopig niet in ons woordenboek.

Zolang je blijft geloven, komt alles altijd goed. Of dat hopen we toch.

Liefs,

Sharon

Sharing is caring!