De dag van de ingreep. Ik voelde me heel erg rustig. Raar, want normaal kan ik voor zo’n gebeurtenissen tamelijk zenuwachtig zijn. Er hing een soort van berustende sfeer over me. In de badkamer had ik het Liedje ‘Feeling Good’ van Nina Simone opgelegd. Het is ons liedje, en ik voelde me ook echt goed. Opgelucht dat het rotseptum er eindelijk uit ging! De tekst: “It’s a new dawn, it’s a new day, it’s a new life for me, and I’m feeling good!”, was dan ook erg toepasselijk. Een nieuwe baarmoeder betekent een nieuwe ik, een nieuwe poging en een nieuw leven. Het hopelijk toekomstig leven van ons kindje.

Ik meldde me om 7u aan in het dagziekenhuis. In de wachtzaal zaten al enkele mensen te wachten dus ik dacht dat het nog even ging duren voor het aan mij was. Mijn naam werd al als tweede afgeroepen, heel snel dus. Mijn polsbandjes met patiëntengegevens werden nagekeken, de papieren werden nog eens dubbel gecheckt en de vraag werd gesteld of ik nuchter was vanaf 12u deze nacht. Alles was in orde. Ik mocht afscheid nemen van mijn vriend.

Ik kreeg een patiëntenkastje toegewezen en een modieus operatieschortje. Na het verkleden mocht ik me in box 7 gaan installeren op een smal bedje. Tijdens het wachten hoorde ik de verpleegkundigen andere patiënten voorbereiden en wist al welke vragen ze ook weer aan mij gingen stellen. “Ben je nuchter?” “Heb je allergieën?” “Heb je steunkousen?” STEUNKOUSEN?! “Euh neen…”, antwoordde ik. “Niet erg, die bestel ik wel”, zegt ze. “Je moet die bijhouden voor als je nog eens geopereerd moet worden, dan breng je die mee!” zegt ze. Vijf minuten later werden die übersexy kousen bij me aangedaan. Nog even de bloeddruk en temperatuur nemen en alle pre-operatieve taken zijn volbracht. “Moet dat ding niet onder mijn tong”, dacht ik. Ze stak gewoon die thermometer in mijn mond zonder kijken en ik voelde hem prikken tegen mijn binnenkaak… “36,9°C, da’s ok!”. Ze vroeg me wat voor werk ik deed. Mijn ziektebriefje moest namelijk ook een weekend inhouden, iemand die geen weekends werkt, zou daar dus niet om vragen. Ik zei haar dat ik ook verpleegkundige ben. Ze vroeg me: “In welk rusthuis?”. “In dat rusthuis”, zei ik. “O daar zit mijn nonkel! Triestig e voor die mensen, hele dagen uit het venster kijken”. Ik knikte even en voelde weer het verschil tussen een ziekenhuisverpleegkundige en een rusthuisverpleegkundige. Ik vind het helemaal niet triestig bij ons en probeerde er verder niet bij stil te staan. “Het zal nu snel aan jou zijn, rond 8u30!”, zei ze.

Twintig minuten later werd ik naar de operatiewachtzaal gevoerd. Ik voel me altijd wat ongemakkelijk als ze dat in dat bed doen. Ik kan heus ook wandelen tot daar hoor! Dan lig je er gescheiden door gordijntjes te wachten. Gelukkig had ik zicht op een klok en kon ik de minuten aftellen. Ik zag een peutertje aan de overkant in een ‘kooiwiegje’, hij werd getroost door zijn mama en een kinderverpleegkundige. Ik voelde mijn eigen ‘moederhart’ spreken.

De operatieverpleegkundige kwam wat later terug diezelfde vragen stellen. “Nuchter?” “Ja.” “Allergieën?” “Nee, niet dat ik weet.” Ze prikte het infuus in mijn hand en ik mocht weer wat verder wachten tot ze me kwamen halen. Mijn gynaecoloog kwam nog even tot bij me om me gerust te stellen. Lief van hem. Een andere operatieverpleegkundige kwam me halen. “Zie je het zitten?”, vroeg hij. “Ik moet hé, het is al de derde keer sinds een goed jaar dat ik deze gang passeer, je zou het nog gewoon worden”, antwoordde ik. “Kun je dat gewoon worden?” vroeg hij. Ik lachte wat schuchter. “Niet echt”, zei ik stil en keek weer die lange gang voor me uit. Het volgende moment mocht ik op een operatiebed gaan liggen met, de voor mij jammer genoeg al bekende, beensteunen. Ik hoorde hem nog vragen aan zijn collega hoe de nacht verlopen was. “Goed”, zei ze. “2 sectio’s gehad!” Ik wou dat ik daar lag voor een sectio…

Het fel licht van de operatieruimte kwam me tegemoet. Weer werden die vragen gesteld. De anesthesist wist dat het vast al tot vervelends toe was. “We moeten dit doen hoor, we weten dat het ambetant is”, zei hij. “Als het dat maar is”, zei ik. “Ik ga nu de verdoving inspuiten”, zei hij. “Dat gaat even ‘branden’ aan je arm maar kies maar een mooie droom uit, voor je het weet ben je weer wakker”. Ik voelde de verdoving inlopen, ‘branden’ deed het inderdaad. De operatielamp boven mij scheen fel op me, net als de vorige keren, en ik dacht: “welke droom moet ik gaan dromen?”. Ik wil altijd zolang mogelijk wakker blijven, maar voor ik het besefte was ik weg.

Ik werd wakker en voelde me wat draaiierig. Maar al snel werd mijn hoofd helder. De pijn daarentegen kwam me snel tegemoet. Alsof iemand mijn buik in elkaar had geslagen. Gelukkig deed de pijnstilling wonderen. Mijn gynaecoloog kwam nog langs op de recovery om het verloop van de operatie mee te delen. “Het was nog een breed septum die je baarmoeder in 2 splitste”, zei hij. Ik schrok er even van. “Ik denk dat we nu wel een grote reden van je miskramen weggenomen hebben. Natuurlijk moeten we nog de stollingstesten afwachten, maar die ga ik zeker binnenkort krijgen. Ik heb foto’s genomen die je dan kunt zien als je op controle komt. De plaats waar het septum vastzat blijft een slechte plaats o.w.v. littekenweefsel, maar de kans dat het daar opnieuw nestelt is kleiner aangezien het oppervlak van je septum weg is”. Hij vroeg verder of ik nog vragen had, maar die kwamen niet meteen. Ik was nog niet wakker genoeg. “Over zes weken kijken we of alles goed genezen is, voor nu houden jullie zich best nog wat koest!”, zei hij glimlachend. Ik moest er ook om lachen en zei dat ik wel deugd had van de ‘pauze’ in ons traject. Hij knikte begrijpend, wenste me een goed herstel en ging weer weg.

Terug op kamer was ik opgelucht dat het voorbij was. Fijn dat ik op mijn gemak was en niet hoefde uit te leggen aan een medepatiënt waarom ik geopereerd werd. Ik lag op een 1-persoonskamer, ook al had ik een 2-persoons gevraagd. Vorig jaar had ik nog een naar voorval over de kamer. Na mijn eerste curettage had ik een dure factuur ontvangen voor een 1-persoonskamer terwijl ik een 2-persoonkamer had gevraagd. Er was iets misgelopen met de papieren en de verpleegkundige zei dat ik even langs het bureau van de spoed moest passeren om dit te corrigeren. Het was weekend en de gewone opnamedienst is dan niet aanwezig. De bediende aan het loket was echt niet vriendelijk en zei: ”t Is omdat je een 1-persoonskamer gevraagd hebt hé?” Ik werd wat boos en zei dat ik dat niet gevraagd had, mijn vriend beaamde het. Ze tokkelde even op haar computer en zei toen droog: “‘t Is in orde”. Ik kaatste even droog “Bedankt!” terug en riep, terwijl we wegliepen, geërgerd en vol emoties om wat mij de dag voorheen overkomen was nog: “Denk je dat ik hier voor mijn plezier lag misschien?”. Een maand later kreeg ik toch de verkeerde factuur voor een 1-persoonskamer! Ik werd groen van kwaadheid! Ik vond het zo’n geit! Gelukkig waren mijn vriend en moeder er om me te kalmeren. 1 telefoontje van mijn moeder naar de ombudsdienst en het was in orde!

Ik meldde het thuisfront dat ik wakker was. Op de gang hoorde ik de verpleegkundigen de patiënten overlopen. Ik lag vlakbij het verpleeglokaal. “In die kamer ligt er eentje van Dr. Brouckaert”, hoorde ik iemand zeggen. “Eendje” heeft een naam dacht ik… Vreemd hoeveel je als patiënt opneemt van wat er gezegd wordt. Het deed me even weer stilstaan bij mijn eigen beroep en hoe vaak je iets zegt zonder na te denken of de patiënt je kan horen. Goed dat ik hier weer even op attent gemaakt wordt! De verpleegkundigen waren wel heel vriendelijk en begaan. Ze vroegen me of de pijn te dragen was en brachten toch een pijnstiller wanneer ik zei dat het redelijk ging. “Je moet het niet willen verbijten!” zei ze. Ze had gelijk. Ze bracht me nog een zakje met 2 soorten pijnstillers om het weekend te kunnen overbruggen. Wat later mocht ik naar huis.

De pijnstillers komen goed van pas. Na de ingreep deed heel de rechterzijde van mijn lichaam zeer, meer dan mijn buik zelf. Ik kon niet ademen, glimlachen of bewegen zonder dat mijn rechterkant samentrok. De eerste keer grote boodschap naar de wc was ook geen plezier, ik zat te janken op de pot. Neerliggen was een kleine ramp, je kunt je dus voorstellen dat de eerste nacht niet prettig is verlopen. Daags nadien was die pijn aan mijn rechterzijde gelukkig quasi weg. Mijn buik daarentegen doet nu meer pijn, maar is houdbaar met de pijnstillers. Het bloedverlies is zwaarder dan na de curettages, een beetje confronterend weer.

Voor nu moet ik me-time inlassen. Niets moet! Toch wou ik alweer aan de was en plas beginnen, maar mijn buik steekt er een stokje voor. Ik kom deze week wel door met films en series bekijken, lezen en af en toe een bezoekje van de mama’s, broers of m’n beste vriendin! Ik kreeg ook een prachtige bos bloemen van de nonkel en tante van mijn vriend. Het brengt weer een beetje fleur in huis.

Liefs,

Charlotte

 

Deze blogger heeft ook een eigen site.

Sharing is caring!