Door mijn smekende blik gaat ze overstag of zouden het de hormonen zijn? Misschien wel een vleugje meelij. Ze weet immers wat het is, ze is zelf zwanger van haar tweede. Ik loop op wolken naar mijn fiets. De verwijsbrief voor de gynaecoloog is binnen. Nu gaat het avontuur beginnen, nu komt alles goed, nu krijgen we een kind. Ik bel met de poli gynaecologie. In dit ziekenhuis is het eigenlijk gewoon de kinderwenspoli.

We mogen relatief snel langskomen. Relatief. Waar ‘gewone’ mensen in maanden rekenen en zwangere stellen in weken, reken ik vanaf nu in cycli. Helaas wordt me na het eerste gesprek al duidelijk dat hier nog vele cycli verloren zullen gaan, voordat er op kunstmatige wijze een kindje gemaakt zal gaan worden.

Eerst volgt een uitgebreide anamnese, de vragen die gesteld worden, had ik al zeer uitgebreid beantwoord op de vooraf toegestuurde vragenlijsten. De mededeling die volgde was dat ik eerst twee maanden moest tempen om het verloop van mijn cyclus inzichtelijk te maken. Ook moest ik bloedprikken op bepaalde momenten. Prima, de eerste twee cycli kropen voorbij. De volgende stap was de samenlevingstest, iets waar we elkaar al 6 jaar dagelijks aan blootstelden. Prima, makkie. Echter, op commando is toch anders.

Terug voor de uitslag. Of ik ook even wilde kijken in de microscoop. Mag ik bedanken? Fijn! De volgende afspraak volgde. Het doorspuiten van mijn eileiders. Het was een apart gevoel, niet pijnlijk. Wel pijnlijk was de tekst dat dit onderzoek absoluut niet gedaan mocht worden bij zwangere vrouwen. Zou ik hier dan verdorie liggen?! Nou mevrouw, alles is in orde. U zou “gewoon” zwanger moeten kunnen raken. Dat weet ik, dat is reeds een paar keer gelukt. Nee, ik bedoel eigenlijk dat u “gewoon” een kind zou moeten kunnen krijgen. Dat weet ik, ik heb er één!

Terug op de poli blijkt uit alle resultaten dat we 56,9% kans hebben op een spontane zwangerschap. Tja, al zou de kans 99% zijn, het moet wel lukken. We mogen (lees: moeten) een half jaar wegblijven. In dat half jaar wordt duidelijk dat we naar het buitenland gaan en is er ‘even’ geen plaats in ons leven voor een nieuw leventje. We spreken af dat we bij terugkomst direct langs mogen komen voor IUI of IVF. Terug in Nederland besluiten we ons direct weer te melden. Er volgt een uitgebreid gesprek en er volgt nog een bloedonderzoek en een opzwemtest. Daaruit moet blijken of wij als stel geschikt zijn voor IUI/IVF. Als alle uitslagen binnen zijn, blijkt dat we meer dan geschikt zijn. Toch hebben we nadat er een klein jaar om is nog maar 44% kans op een spontane zwangerschap.

En dan is na maanden het moment daar dat je door de klapdeur mag. Dat is fijn. Door de klapdeur, want dáár gebeurt het allemaal. Dáár worden de kinderen gemaakt!

Wachtende op een nieuwe cyclus, klaar om te beginnen, zenuwachtig en gespannen. Maar ook zelfverzekerd, want mij overkomt het niet hoor, dat ik alle zes de pogingen nodig heb en daarna alsnog IVF nodig heb, nee bij mij is het in één keer raak. Let maar op. Naïef, maar dat is in dit opzicht goed, dan sta je er nog lekker positief in.

Dagen verstrijken, niet zonder dat er iets gebeurt. Welnee, iedere paar dagen mag je door de klapdeuren. In het weekend zelfs door de achterdeur. Weekendingang IVF staat er op een bord. Een beetje sneu is het wel.

Na de vele echo’s, het dagelijks prikken, de inseminatie in de eerste helft van de cyclus, is het gedurende de tweede helft van de cyclus slechts hopen en wachten wat de klok slaat. Je zwanger voelen is niet erg (al zijn de bijwerkingen in meerdere opzichten pijnlijk, je ziet er immers ook zwanger uit), er gaat niets boven zwanger zijn. Dus is het twee weken lang hopen en vooral wachten op dat ene streepje dat aangeeft dat het gelukt is, dat het wonder waar zo lang op gewacht is in de maak is.

Er mogen dan zeven wereldwonderen zijn, voor mij zou een tweede wonder al werelds zijn!

 

 

Deze blog is geschreven door “Eerlijk Waar”, vrouw, iui, 1 kind, secundaire kinderloosheid.

 

 

Sharing is caring!